Wintertijd

We zijn los! Het laatste weekend van oktober vond zoals altijd de eerste échte schaatswedstrijd plaats; het NK afstanden. Hier kon je naast de Nederlandse titels ook startbewijzen voor de wereldbekerwedstrijden winnen. Op elke afstand lagen er 5 tickets klaar en daar werd hard om gestreden. Het is namelijk superbelangrijk om bij de wereldbekers te zijn om wedstrijdritme op te doen en op die manier steeds beter te worden. Ik had een goed weekend en plaatste mij met twee 2e plaatsen op de 500 en 1000m en een 3e plaats op de 1500m! Ik ben hier super blij mee en heb heel veel zin om me weer met de internationale top te meten.

Dit NK was voor ons als schaatsers een beetje anders dan de andere jaren. Vrijdag waren de wedstrijden namelijk in de avond, terwijl we normaal altijd in de middag schaatsen. Nou lijkt dat misschien een kleinigheidje, maar de biologische klok is ontzettend belangrijk om tot topprestaties te komen. Zodra het donker wordt maakt het lichaam namelijk het slaaphormoon melatonine aan. Hierdoor daalt de lichaamstemperatuur licht en komt het lichaam in de ruststand. Als je daarbij optelt dat ik normaal gesproken ergens tussen 22.00 en 23.00 uur ga slapen, dan kun je je vast voorstellen dat je het om 22.00 uur ’s avonds veel lastiger is om een supersnelle 500m te schaatsen dan om 16.00 uur ’s middags. Gelukkig komt er voor zo’n wedstrijd wel weer veel adrenaline vrij, wat de melatonine tegenwerkt. Het nadeel daarvan is dan weer dat ik na de wedstrijd moeite had in slaap te komen en een halve nacht wakker heb gelegen…

Gelukkig ging zaterdagnacht de wintertijd in. Dat was dus een dag te laat voor mij, maar het was wel fijn om na twee wedstrijddagen even een uur langer te kunnen slapen en zo weer uitgerust aan de derde dag te kunnen beginnen. In de kranten las ik dat het verzetten van de klok ter discussie staat en dat er verwacht wordt dat het Europese Parlement gaat stemmen voor afschaffen van de zomertijd. Ik hoor verder om mij heen dat veel mensen last hebben van een verstoord bioritme en er een hele week last van hebben. Na mijn verhaal over hoe belangrijk de biologische klok voor topprestaties is, zult u wellicht verwachten dat ik ook geen fan ben. Maar eerlijk gezegd heb ik niet zo heel veel last van een uur tijdsverschil. Sterker nog, ik vind het best wel raar dat zoveel mensen er wel last van hebben. In het weekend gaat bijna iedereen wat later naar bed en staat men wat later op, en toch is iedereen maandag weer vroeg op z’n werk. Dat gaat toch ook goed?

Nou is het idee van de zomertijd al heel oud. De eerste keer dat er overgesproken werd was waarschijnlijk in 1784, toen de Amerikaanse geleerde Benjamin Franklin in zijn (satirische) artikel “An Economical Project for Diminishing the Cost of Light” opmerkte dat het zonde was dat de zon scheen wanneer wij nog op bed lagen, terwijl we ’s avonds in het donker nog wakker waren. Toch werd de zomertijd pas voor het eerst ingevoerd tijdens de eerste wereldoorlog. De oorlog was duur en de Duitsers besloten de zomertijd in te voeren om kolen te sparen. Nederland volgde dit voorbeeld. Na de tweede wereldoorlog werd de zomertijd echter weer afgeschaft. Toen in de jaren ’70 de oliecrises uitbrak werd de zomertijd opnieuw ingevoerd met het idee energie te besparen.

Uiteraard zijn de lampen sinds de jaren ’70 een stuk energiezuiniger geworden. De huidige Led-lampen gebruiken maar zo’n 3 tot 9% van de elektriciteit die nodig was om dezelfde hoeveelheid licht te geven als een gloeilamp. Echte energiebesparing zou de zomertijd dus niet meer opleveren. Als echt heel veel mensen last hebben van een verstoord bioritme, dan is het wellicht dus een goed idee om de zomertijd af te schaffen. Maar toch moet ik zeggen dat ik het wel met Benjamin Franklin eens ben, het zou toch zonde zijn het zonlicht in de zomer niet te gebruiken? Al was het maar om de fijne lange zomeravonden…