De vloek van de grondstoffen in Kazachstan

Afgelopen weekend was ik voor de derde World Cup in Astana, de hoofdstad van Kazachstan. Ik ben al twee keer eerder in Astana geweest, maar het is er letterlijk iedere keer anders. Waar bijvoorbeeld het enorme tent-vormige winkelcentrum eerst aan de rand van de stad en aan de overgang naar de steppe stond, is het nu eerder het centrum van de stad met flatgebouwen uitstrekkend naar alle kanten. Overigens is het winkelcentrum niet het enige bijzondere gebouw in de omgeving. Sinds Astana de hoofdstad van Kazachstan werd in 1997 zijn er onder meer een 100 meter hoge toren (die mij doet denken aan de voetbal wereldbeker), een glazen piramide, een presidentieel paleis dat op het witte huis lijkt en een operagebouw in Griekse stijl verrezen. Werkelijk niks is te gek. 

Maar toch krijg ik altijd een beetje een raar gevoel van Astana. Het is een mooie nieuwe, futuristische stad, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een lege huls is die voor een groot deel dient om het ego van de president te strelen. Een mening gebaseerd op het feit dat de president al sinds de onafhankelijkheid in 1991 aan de macht is, wat een nogal autoritair regime doet vermoeden. Dit beeld wordt bevestigd door rapporten van onder andere Human Rights Watch waarin de mensenrechten als slecht worden beschreven en de hoge positie op de ranglijst van landen met corruptie.

De Kazachstaanse economie rust voor een belangrijk deel op de export van olie, gas en uranium. Dit deed mij denken aan een theorie die ik in het eerste deel van mijn studie hoorde: de grondstoffen vloek. Deze theorie geeft een verklaring voor het feit dat veel grondstof-rijke landen een relatief slecht ontwikkelingsniveau hebben. Landen met veel natuurlijke rijkdommen zouden namelijk minder genoodzaakt zijn om andere sectoren te ontwikkelen, omdat het geld gemakkelijk binnenstroomt. Een voorbeeld hiervan is het kennisniveau van de bevolking. Helaas leidt dit vaak tot een concentratie van macht en rijkdom bij een selecte groep mensen. De eerlijkheid gebied mij te vermelden dat dit niet helemaal opgaat voor Kazachstan, aangezien het armoede percentage tussen 2001 en 2013 met maar liefst 43% is gedaald van 47% naar 3%.  De bevolking deelt dus wel degelijk in de rijkdom uit de grondstoffen export. 

Bovendien is er nog een andere ontwikkeling gaande die mij hoop biedt. Kazachstan heeft namelijk de wil uitgesproken om in 2050 50% van de energie duurzaam op te wekken. Voor het zover is moeten echter nog heel veel stappen worden gezet. Ten eerste is het energietarief in Kazachstan heel laag (0,10$ per kWh), wat innovaties op het gebied van duurzame energie niet snel rendabel maakt. Bovendien is Kazachstan een heel groot land. De gebieden die het meest geschikt zijn voor grootschalige wind- of zonneparken, zijn hierdoor niet altijd in de buurt van de plekken met de hoogste consumptie. Dit gecombineerd met een slechte energie-infrastructuur leidt tot veel energieverlies bij transport. Tenslotte is de wet- en regelgeving nog niet ingesteld op duurzame energie en is het investeringsklimaat slecht. Echter als Kazachstan investeert in zijn mensen en in innovaties, zoals het heeft geïnvesteerd in de architectuur in Astana denk ik dat dit land die problemen kan overkomen en de energietransitie kan maken. Het lijkt mij echter sterk dat ze dit gaan doen voordat de resterende olie, gas en uranium voorraden op zijn. 

Belangrijkste bron: Karatayev, M., & Clarke, M. L. (2016). A review of current energy systems and green energy potential in Kazakhstan. Renewable and Sustainable Energy Reviews, 55, 491-504.)